De
basis van elke rijkunst is Bodycontrol. De manier waarop dit tot stand
komt, is afhankelijk
van de stroming die men volgt of de sport die men beoefend, maar het
eindresultaat komt toch altijd weer op hetzelfde neer. Ik bedoel hiermee
geen Centered
Riding,
de
bodycontrol
van de
ruiter, maar de controle over de body van het paard.
Wat is Bodycontrol?
Bodycontrol is een term die we gebruiken voor het precies verplaatsen
van het paard in een bepaalde richting, dat kan voor of achter zijn,
links of rechts, boven of onder. Je gebruikt maar minimaal de teugels,
vooral je benen en je evenwicht doen het werk. Als het paard goed
is afgericht, in welke stroming maakt niet uit, kun je alles met
hem doen. Ook met zuiver recreatieve paarden is dit heel goed mogelijk.
In de TREC wordt de bodycontrol getest in een aantal van de PTV hindernissen
(PTV=Parcours en Terrain Varié, oftewel gevarierd terreinparcours)
Bodycontrol zegt niet eens zoveel over de graad van africhting, wel
over de communicatie tussen ruiter en paard door middel van fijn
afgestemde
hulpen. Echte Horsemanship, Natural of Non-Natural, beheerst de bodycontrol.
Met teugels alleen kom je er niet, daar kun je de hoofdhalshouding
enigzins mee beheersen, maar het controleren van de body kun je vergeten.
Beenhulpen en ruiterevenwicht spelen een grote rol.
Bodycontrol kan natuurlijk ook naast het paard, met aanwijzingen
van hand, touw of stok/zweepje
Hoe test je of jij
en je paard deze basis meester zijn:
Controleer of de door jouw gekozen weg ook inderdaad precies gevolgd
wordt. Rechte lijnen, cirkels, alles op de centimeter!
Plaats pionnen in je arena of neem richtpunten waar je naar toe rijdt.
Controleer steeds opnieuw of je secuur kunt rijden. De reden waarom
westernruiters zo weinig moeite hebben met unbridled rijden, is omdat
hun basis erg punctueel is. De rest wordt dan kinderspel.
Leer je paard eenzijdige
en tweezijdige beenhulpen. Een eenzijdige beenhulp verplaatst of corrigeert
het paard in zijwaartse richting, tweezijdige beenhulpen vragen het
paard meer activiteit of verzameling.
Leuk is het "vierkantje" rijden: halthouden, 4 passen achterwaarts,
halthouden, 4 passen zijwaarts naar links, halthouden, 4 passen voorwaarts,
halthouden, 4 passen zijwaarts naar rechts, halthouden op de plaats
waar je begonnen bent. Zijwaarts leer je daar het paard dwars aan
de omheining te zetten (dus met hoofd náár de omheining)
en met een eenzijdige kuithulp zijwaarts te duwen. Begin eerst schuin
en stel het paard steeds wat rechter. Zorg dat de benen altijd voor
elkaar
kruisen en voorkom
achterwaarts kruipen. Ruiters die verder in dressuur zijn, gaan zijgangen
zoals schouderbinnenwaarts en travers rijden, zowel op de rechte
lijn als op een volte. Omdat elk paard scheef is, zal de ene kant
makkelijk gaan als de andere kant. Doel is om beide kanten even soepel
te krijgen.
Ook leuk is het twee passen zijwaarts met enkel de voorbenen, zowel
links als rechts en twee passen zijwaarts met enkel de achterbenen,
zowel links als rechts. De middenhand blijft hierbij dus steeds op
zijn plaats.
Als je de voorhand onafhankelijk van de achterhand kunt
verplaatsen, ben
je
al
een heel
eind op weg.
Voor de verder gevorderde ruiters is een rondje achteruit een uitdaging,
of slalom achterwaarts tussen pionnen.
Bodycontrol hoef je
niet specifiek aan te leren. Elk goed afgericht paard heeft een basis-bodycontrol,
afhankelijk van de graad van africhting en tak van sport. Twee leuke
voorbeelden:
1. Ik leende mijn paard uit voor een TRECwedstrijd aan een ruiter uit
Zuid Afrika. Daar wordt anders gereden als hier. De dame legde me uit,
dat als het paard goed was afgericht, zij gewoon kon rijden zoals ze
thuis deed. Ze stapte op en reed inderdaad zo weg. Er bleken meer "knoppen"
op mijn paard te zitten als bij mij, haha.
2. Ik leende mijn paard tijdens de Flanders Expo Gent uit aan een vriendin
die graag de demo "springen in dameszadel"
wilde meerijden, maar haar paard niet mee had kunnen nemen ivm de stand
die ze daar had. Ik vroeg me wel af of mijn paard de hulpen zou
snappen. Ze legde uit dat als het paard netjes was afgericht, het geen
verschil
moest
maken met welk zadel je reed. Inderdaad, ze stapte op en de demo ging
goed.
Nog een leuk voorbeeld
uit mijn vroegere periode. Ik deed nogal veel verschillende sporten
en meestal met een en hetzelfde paard. Zo kon het gebeuren dat ik de
ene dag western reed, de andere dressuur. Beide dus een totaal andere
manier van rijden. Voor het paard heeft het nooit enig verschil uitgemaakt,
al prefereerde hij duidelijk western boven dressuur, omdat ie dan met
een lekkere lange hals mocht lopen. We reden een springwedstrijd en
met de andere ruiters had ik een discussie hoe de barrage te nemen.
Er zaten twee afkortingen in, maar erg kort achter elkaar. De ene ruiter
zou de eerste afkorting nemen, een andere ruiter vond de tweede afkorting
beter. Ik vroeg me af of ze niet beide konden, waardoor er nog meer
tijdwinst zou onstaan. Dát was onmogelijk zeiden de experts
(en zeg dat nooit tegen mij, want dat is de beste motivatie!) Ik nam
inderdaad
beide afkortingen maar in de eerste bocht brak mijn linkerteugel. Toch
kon ik beide afkortingen doen met neckreining van de buitenteugel.
Ik won de wedstrijd. Aan de kant zei men: "Ja die rijdt western,
dat kun je zo zien." Nu was het western niet zozeer de doorslag,
maar wel de bodycontrol. Ik had die teugel niet nodig om te sturen,
ik had
nog een teugel, en benen, en mijn gewicht. En met dat kon ik genoeg
aanwijzingen geven om de onmogelijk scherpe wendingen te nemen, zelfs
zonder het gebruik van een der teugels.
Ervaren ruiters die
dit nu lezen, zullen denken, wat is er nieuw aan?? Niks dus. Unbridled
rijden is een logisch vervolg van gewoon goed rijden. Minder ervaren
ruiters zullen dit gaan zien als een motivatie om beter te leren rijden.
Geen saaie rondjes in een bak, maar leuke spelletjes, in arena of bos.
Oefeningen kun je overal en altijd doen! |